Groepsregels

Motorrijden = Mijn vrijheid
Motorrijden in groep = Goede afspraken maken

Hier volgen de belangrijkste afspraken die gelden als je meerijdt met het Ghent Chapter Belgium:

  • Hoe rijden we in groep?

    ANIMATIE_afstand

    • Baksteenformatie
    • Afstand houden: 2 secondenregel
    • Dit is de ideale situatie:
      • Zorgt ervoor dat de groep beter zichtbaar is
      • Iedereen behoudt een veilige remweg
      • De groep blijft samen, dus korter
      • Vermijden dat auto’s de groep opsplitsen
  • Opstellen van de groep

    ANIMATIE_vertrekken

    • Bij de start: opstellen per twee
    • De motorrijder links vertrekt eerst
    • Dit wordt telkens herhaald na een stop (vb. rood licht)
  • Jouw plaats in de groep
    • Ervaring/weinig ervaring met de groep: nieuwe leden = vooraan
    • Ervaring/weinig ervaring met het motorrijden: weinig ervaring = vooraan
    • Lichte motor/zware motor: lichtere motor = vooraan
    • Achteraan rijden = moeilijker. Hogere snelheid om de groep weer bijeen te krijgen.
    • Afstand t.o.v. elkaar: rij nooit te dicht op je voorligger (cf. dode hoek) en zeker nooit naast hem
    • Geef elkaar de ruimte, zeker bij bochtige wegen
    • Als je merkt dat je achterligger steeds in de remmen moet voor je of bijna op bovenop je zit, laat hem dan voorbij
  • Formatie rijden in bochten
    • In ruime bochten kan deze behouden blijven (er is ruimte om bochtentechniek toe te passen, aangezien er NIET naast elkaar gereden wordt)
    • Overschakelen naar één lijn indien te krap (kan aangegeven worden door de rijders voor je of het is je eigen beslissing)
  • Verlaten van de groep tijdens de rit

    ANIMATIE_groep_verlaten

    • Als iemand ‘uit’rijdt, wordt deze plaats ingenomen. Dit gebeurt niet door van positie te wisselen, maar door de ganse rij op te schuiven.
    • Geef aan dat je zal uitrijden (liefst reeds voor de rit of tijdens een pauze).
    • Doorschuiven gebeurt aan een stop!
  • Autosnelweg

    Grootte van de groep? Bij een grotere groep is het beter om de groep te splitsen.

    • Per groep één roadcaptain die de leiding neemt
    • De bevoegdheid als roadcaptain vervalt; het gaat dus enkel om een functie als kopman
    • Ideaal = 7 per groep
    • Is de groep toch groter = snelheid naar beneden, zodat iedereen – ook achteraan – reglementair kan rijden
    • Hergroepering: af te spreken vóór de rit

    Oprit/afrit: gebeurt met respect voor het verkeer rondom.

    Twee voorbeelden: A = rustig verkeer; B = druk verkeer:

    Er wordt pas snelheid gemaakt wanneer iedereen de kans heeft gekregen om de autosnelweg op te rijden. De ideale snelheid bedraagt 110 km/u (= op kilometerteller = 105 km/u op GPS).

    Zorg ervoor dat andere weggebruikers niet gehinderd worden en op een veilige manier de snelweg kunnen oprijden/verlaten.

    Inhalen: gebeurt in feite individueel, aangezien er geen begeleiding meer is.

     

    ANIMATIE_inhalen

  • Parkeren
    • Voorste rijders zo snel mogelijk diep de parking oprijden.
    • De groep zo snel mogelijk van de baan en terug op de baan bij vertrek.
    • Een roadcaptain blokt af.
    • Parkeren: zorg ervoor dat er geparkeerd wordt in functie van het vertrek!
  • Handsignalen