Skip to main content

Algemene groepsregels

Motorrijden = Mijn vrijheid

Motorrijden in groep = Goede afspraken maken

Verantwoordelijkheid

  • Verzeker je ervan dat je een veilige & capabele motorrijder bent vóór je meerijdt in groep. De belangrijkste voorwaarden om mee te rijden zijn:
    – Je hebt voldoende eigen skills.
    – Je bent individueel verantwoordelijk en laat je niet doen door groepsdruk.
    – Je kent en respecteert de afspraken m.b.t. groepsrijden.
    – Je kent de veelgebruikte signalen.

  • Je bent en blijft individueel verantwoordelijk voor je gedrag. Verkeersovertredingen & ongevallen kunnen niet verhaald worden op het bestuur, noch op de road captains of op de organisator van de rit.

  • Je draagt verantwoordelijkheid voor jezelf en de anderen: geen alcohol zolang je meerijdt met de groep.

  • Je motor is technisch in orde.

  • Iedereen vertrekt met een volle benzinetank.

Hoe rijden we in groep?

  • Baksteenformatie
  • Afstand houden: 2 secondenregel
  • Dit is de ideale situatie:
    • Zorgt ervoor dat de groep beter zichtbaar is
    • Iedereen behoudt een veilige remweg
    • De groep blijft samen, dus korter
    • Vermijden dat auto’s de groep opsplitsen
Algemene afstandsregels motorrijden in groep

Opstellen van de groep

  • Bij de start: opstellen per twee
  • De motorrijder links vertrekt eerst
  • Dit wordt telkens herhaald na een stop (vb. rood licht)
Vertrek opstelling van de motor groep

Jouw plaats in de groep

  • Ervaring/weinig ervaring met de groep: nieuwe leden = vooraan
  • Ervaring/weinig ervaring met het motorrijden: weinig ervaring = vooraan
  • Lichte motor/zware motor: lichtere motor = vooraan
  • Achteraan rijden = moeilijker. Hogere snelheid om de groep weer bijeen te krijgen.
  • Afstand t.o.v. elkaar: rij nooit te dicht op je voorligger (cf. dode hoek) en zeker nooit naast hem
  • Geef elkaar de ruimte, zeker bij bochtige wegen
  • Als je merkt dat je achterligger steeds in de remmen moet voor je of bijna op bovenop je zit, laat hem dan voorbij

Formatie rijden in bochten

  • In ruime bochten kan deze behouden blijven (er is ruimte om bochtentechniek toe te passen, aangezien er NIET naast elkaar gereden wordt)
  • Overschakelen naar één lijn indien te krap (kan aangegeven worden door de rijders voor je of het is je eigen beslissing)

Verlaten van de groep tijdens rit

  • Als iemand ‘uit’rijdt, wordt deze plaats ingenomen. Dit gebeurt niet door van positie te wisselen, maar door de ganse rij op te schuiven.
  • Geef aan dat je zal uitrijden (liefst reeds voor de rit of tijdens een pauze).
  • Doorschuiven gebeurt aan een stop!
Verlaten van de groep met motor

Autosnelweg

Grootte van de groep? Bij een grotere groep is het beter om de groep te splitsen.

  • Per groep één roadcaptain die de leiding neemt
  • De bevoegdheid als roadcaptain vervalt; het gaat dus enkel om een functie als kopman
  • Ideaal = 7 per groep
  • Is de groep toch groter = snelheid naar beneden, zodat iedereen – ook achteraan – reglementair kan rijden
  • Hergroepering: af te spreken vóór de rit

Oprit/afrit: gebeurt met respect voor het verkeer rondom.

Twee voorbeelden: A = rustig verkeer; B = druk verkeer:

Autosnelweg oprijden met motor

Figuur A

Autosnelweg oprijden met motor

Figuur B

Er wordt pas snelheid gemaakt wanneer iedereen de kans heeft gekregen om de autosnelweg op te rijden. De ideale snelheid bedraagt 110 km/u (= op kilometerteller = 105 km/u op GPS).

Zorg ervoor dat andere weggebruikers niet gehinderd worden en op een veilige manier de snelweg kunnen oprijden/verlaten.

Inhalen: gebeurt in feite individueel, aangezien er geen begeleiding meer is.

Inhalen op autosnelweg met motor

Parkeren

  • Voorste rijders zo snel mogelijk diep de parking oprijden.
  • De groep zo snel mogelijk van de baan en terug op de baan bij vertrek.
  • Een roadcaptain blokt af.
  • Parkeren: zorg ervoor dat er geparkeerd wordt in functie van het vertrek!

Handsignalen

Motor Handsignalen