Blog
  • Home
20
08
2022

GHENT CHAPTER BELGIUM – EEN DIRECTORCHANGE!

Door Francis 0

JOOP ZEGT: “HET WAS GOED!”, “CISSE” ZEGT: “HET BLIJFT GOED!”

Het Directorship over een HOG® Chapter is een arbeidsintensieve bezigheid, onbezoldigd dan nog wel.  Het moet wat met een mens doen om 11  jaar Ghent Chapter Belgium (verder GCB) op gedreven manier te leiden, om daarna in vertrouwen de teugels over te laten nemen. Het zal ook best met een mens wat doen om met diezelfde teugels het paard met ononderbroken schwung en met dezelfde panache een verdere toekomst te verzekeren! Hoe ervaren aftredende en aantredende Director de overgang? Een interview…

Het is op een zonovergoten zaterdagochtend in een zomerse setting te Haaltert, dat  beide protagonisten van gedachten wisselen over wat voor hen het Directorship over het GCB betekent, over wat de weerslag ervan op hun dagelijkse leven is, maar ook hoe het motorrijden, en a fortiori de Harley-Davidson®-belevenis er de kiem heeft toe gevormd. Een portret:

Het prille begin:

Editor: Een voor de hand liggende vraag: Hoe werden jullie door de  de motorfietsmicrobe gebeten, hoe is de drang naar het rijden op het gemotoriseerde ijzeren paard  ontstaan? En, meer bepaald: waarom Harley-Davidson® als uiteindelijke keuze?

Joop: Mijn vier jaar oudere broer had eigenlijk de kiem daartoe bij mij geplant. Hij reed -toen ik 16 was- met een Norton (nadien Triumph), soms mocht ik eens mee, en waar we niet altijd even braaf waren (Francis grijnst). Toendertijd had ik een Flandria met kickstarter, en die was qua maximumsnelheid ook niet echt braaf (Francis grijnst breder, Joop al niet minder). De goesting voor het motorrijden ontwikkelde zich snel, maar school, een vroeg huwelijk met snel een kindje, huis bouwen (ik was ondertussen slechts 22) staken daar qua vrijetijdsgebruik  een stokje voor. Maar ook de centjes waren er toen niet zomaar. Gecombineerd met een veeleisende carrière kwam het er gewoon niet van een bike aan te schaffen. Versta me echter niet verkeerd, een motorfiets bleef een eyecatcher voor mij, en mijn professionele bezoeken aan de U.S. (rond mijn 35ste) versterkten enkel mijn interesse in de Harley-gemeenschap: er vonden in sommige hotels immers “Harley-weekends” plaats. Ik zag de familie- en groepsgeest rond de katalysator die Harley bleek te zijn en… nog steeds is.

Francis: Voor mij was de “Harley”, zoals “Harley-Davidson®” spreekwoordelijk wordt benoemd, van jongs af aan een droom. Het waarom daarvan weet ik gewoon niet. Wat wel een sturende factor is geweest, is het gegeven dat ik een blues fan ben, en nou waren er bij vele van de bluesoptredens die ik bijgewoond heb toch wel Harley’s aanwezig. Een voor mij meer dan aangename samenloop van omstandigheden. Voor mij was dat net of die 2 entiteiten samen hoorden. Dus ook wat mij betreft: het ging (of gaat) niet enkel om de machine, maar om het concept, de belevenis. Ik denk hierbij aan de toenmalige bluesfestivals te Peer, waar je op het afgesloten (kampeer)terrein kon rondrijden zonder helm, ’s nachts al evengoed (ook bij Joop nu een jongensachtige grijns). Er mocht toen al minder dan in Joop’s tijd, maar toch: onschuldig losbandig.

Joop: Rond mijn zevenenveertigste levensjaar dan, reed ik uiteindelijk met een Kawasaki Vulcan Classic, niet toevallig gelijkenissen vertonend met de toenmalige H-D Heritage. Hoewel het iconische en legendarische Harley-Davidson® mij steeds had geïntrigeerd (en ik die gemeenschap ondertussen steeds had gevolgd), wilde ik via die Kawasaki proberen of ik het motorrijden überhaupt in mij had, vooraleer de grote stap te zetten. Meegenomen was ook dat mijn kinderen op motor reden. En yep: na 2.5 jaar en een forse  25.000 km bleek de ontspanning die de machine mij bood -naast mijn drukke en reizende professionele leven- voor mij de zekerheid dat een “Harley” een logische conclusie was. Het was, en blijft voor mij gewoon dé motor, een passie. In maart 2005 was die Harley uiteindelijk een feit. Alleen, door mijn professionele reizen in de U.S. had ik begrepen dat Harley-Davidson® meer is dan de som der delen: werkelijke Harley families, gezinsbeleving, a way of life. Hoe zo’n beleving zich zou vertalen in België -als zo’n beleving er al zou zijn- wist ik niet, maar proberen ging ik het op één of andere manier wél.

Francis: Nu, ik had het probleem dat ik van ons ma uit zelfs al geen brommer mocht hebben, behalve een “Solex” dan, want daar reed haar vader op: dat kon dus wél. Solex dus… Een motorfiets was dus al helemaal uit den boze! Maar goed: op mijn 22ste studeer ik af, ga werken, spaar…en één jaar later heb ik mijn rijbewijs én “ne moto”! Een Suzuki Marauder nog wel, ook bij mij dus de (chopper)gelijkenis met Harley. Daar heb ik toch 10 jaar mee rondgebold, maar toch gradueel ook steeds minder, omdat ik toen in de Horeca 6 tot 7 dagen  op 7  werkte, en er gewoon niet genoeg tijd was. Toch kon ik er niet van scheiden. Ondertussen had ik Annelies, mijn vrouw, leren kennen, en ook zij vond het van de hand doen van de motor “not done”. Uiteindelijk begon “Harley” zich onbedwingbaar tussen m’n oren te nestelen. In 2007 was dan uiteindelijk mijn eigen Harley een feit: een Sportster. Harley zou het ook blijven: het is de beleving en cultuur rond Harley-Davidson® die maakt dat je met een Harley blijft rijden.

Joop: Juist! Maar ook gewoon het gevoel dat je op de Harley hebt! Ik heb op mijn Harley de “Jekill & Hyde” uitlaten laten steken, en als ik -eens ik de wijk uit ben- het “knoppeke” aanzet, jah kom: dat is gewoon zalig.

Editor: De bevlogenheid met Harley-Davidson® als merk, die zich bij jullie beiden van meet af aan  tussen de oren nestelde is één ding, maar waarvan dan de keuze voor Ghent Dealer?

Joop: : Ik was er gewoon op de hoogte dat er een Harley-Davidson®-dealer in het Gentse bestond, en toen ik in 2001 al eens ging kijken, bevond dat dealership zich nog te Gent, naast het UZ. Na mijn 2.5 jaar op de Kawa besloot ik in 2004 tot de aankoop van mijn eerste Harley, en wel bij Gent dealership -ondertussen in de Xavier De Cocklaan te Deurle- omdat hun “bedside manner” mij beviel. Een eerlijke en transparante manier van met hun klanten om te gaan.

Francis: Wat mij betreft liep het anders. Het Chapter dat sinds 2004  bestaat heeft nog een aanwezig lid van in den beginne: Willy Roelandt. Die had een café ‘”De Belleman Pub”  te Gent. Het was een toenmalig stamcafé van collega’s en mij. Het is via zijn  smakelijke verhalen van rit- en reisbelevingen dat ik ook over de dealer leerde, waar hij enkel lof over had. Gezien we in Gent wonen, was de keuze dus snel gemaakt.

De aansluiting bij GCB

Editor: Vrij snel na de aanschaf van een Harley-Davidson® besluiten jullie zich aan te sluiten bij het Ghent Chapter Belgium. Wat was daarvan de aanleiding, en waarom wilden -en willen- jullie daar wat in betekenen?

Francis: Het is ook via de hierboven aangehaalde Willy dat ik het Chapter heb leren kennen, en leerde dat het een dynamische club was, met focus op loutere motorbeleving. Ik kon het Chapter dus reeds van (goeie) reputatie, vooraleer ik tenslotte in 2011 toetrad. Mijn dochters zijn geboren in 2008 en 2010, terwijl ik de Sportster aankocht in 2007. Die eerste jaren gingen dus eerst naar het gezin, omdat ik  besefte dat lidmaatschap aan een Chapter “echt rijden” betreft, en jonge kinderen gewoon veel aandacht vergen. Op een gegeven moment wilde ik toch meer dan “rond de kerktoren” rijden met de droom die de Harley was, en in 2011 zette ik dan de stap naar het Chapter.

Joop: Nadat ik in 2005 mijn eerste H-D kocht, een Road King Classic, was het dealer Raymond Magdelijns, de toenmalige Director over het Chapter, die mij op het bestaan van het GCB wees.  Ik werd meteen lid: dé gelegenheid om te zien of de som ook hier meer was dan het geheel der delen, zoals dat in de U.S. bleek. Al snel werd ik aangezocht  voor P(rimary) O(fficer) functies. Ik voelde mij daar best geroepen toe: ik zocht een intelligenteontspanning naast mijn drukke beroepsleven.

Francis: en dààr heb je dan pas een berg werk verzet (glimlach van beiden).

Francis: Een sterkende impuls is ook, dat het Chapter geen rituelen of toegangstesten kent, geen verplichtingen, je moet jezelf er niet “bewijzen” (Joop knikt nadrukkelijk). Integendeel: elkeen wordt na een evaluatie zonder meer meteen als volwaardig beschouwd, en kan wat inbrengen of wat betekenen binnen het Chapter. En dit op eigen initiatief, sociale of beroepsachtergrond spelen hierbij geen enkele rol. De enige regels die er bestaan zijn summier en logisch: ja, er is een lidgeld. En ja, er zijn ritafspraken, maar die zijn veelal gestoeld op veiligheidsoverwegingen, veiligheid staat bij ons immers op het hoogste schavotje! Maar die regels zijn er enkel om een gesmeerde werking te hebben met het oog op…, gewoon…, plezier te maken door motorbeleving. “Ride safe, have fun”.

Joop: maar vergis je niet, zo ging het niet van meet af aan. Ik herinner me scherp de eerste vergadering te Aalter, waar binnen de kortste keren het mes op tafel lag, letterlijk hé!!! Nou, dát ging ik thuis niet vertellen (hilariteit)!!

Nu, al snel -en niet in het minst door de binding met de Harley Owners Group® (verder HOG®)-bleek dat zo’n zaken niet getolereerd zouden worden, en werd de juiste koers gevonden waar het Chapter zich naar zou richten. Geen MC dus, maar een club met één passie: het motorrijden in een volwassen en gestructureerd kader, waar veiligheid voorop staat. (Allez: “Chapter”: het was toen nog in oprichting). Al snel werden ongewenste elementen op basis van hun gedrag en houding weggefilterd op volwassen manier, om te raken waar we wilden zijn. Dat deed mij beslissen mij voor het Chapter te engageren.

De identiteit van het Chapter werd gevestigd in 2005, en die is eigenlijk nog onveranderd.

Francis: het HOG®-gegeven, de mantel waaronder alle HOG®-Chapters bestaan, geeft ook een garantie van een evenwichtig en verantwoord kader, een grote wereldwijde familie.

Carrièreverloop binnen GCB

Editor: Kunnen jullie jullie “carrière” binnen het Chapter sinds aanvang van het lidmaatschap omschrijven?

Francis: Het “Ride safe”-gegeven wat ook voor Joop een noodzaak is, is mij op het lijf geschreven. Toen ik lid van het Chapter werd in 2011, was mijn achtergrond als (onder andere)  rijschoollesgever gekend door dealer Ann Vandewoude. En het is door die beroepsmatige deelbezigheid als rij-instructeur dat Ann en Joop mij vroegen wat rond veiligheid te willen doen binnen het Chapter, en waardoor ik mij dan ook opgaf als “Safety Officer” (noot editor: Francis geeft tijdens de ledenvergaderingen toegewijd richtlijnen tot veilig (groeps)motorrijden). Ik deed dat graag, ten dele ter compensatie omdat ik niet veel kon meerijden toendertijd, maar toch wat wilde bijdragen. Het was 2014 toen ik de eerste “Motorcycle Safety Training” organiseerde. Door dat “Officership” leerde ik dan ook het Chapter, en in het bijzonder Joop, achter de schermen zeer goed kennen. In 2016 werd ik dan Treasurer. In 2021 nam ik dan uiteindelijk de fakkel als Director van Joop over.

Joop: Zoals reeds aangehaald werd ik lid in 2005. Ik had meteen het gevoel er helemaal en in goede verstandhouding bij te horen, enfin: dit vanaf het moment waarop de beleidslijn van het Chapter werd bepaald, dus na voormelde “messentrekkerij” (rolt met de ogen).  In 2007/2008 was ik Secretary, en aansluitend in 2009/2010 Assistent Director. In 2011 werd ik dan Director, een taak die ik met voldoening heb vervuld tot en met 2021. Het Directorship heeft vele facetten, en leek mij een mooie uitdaging, hoewel ik daar eigenlijk nooit specifiek naar verlangd had, maar het lot besliste anders.

Editor: Kunnen jullie zeggen hoe jullie actieve medewerking aan het Chapter voor een stuk jullie leven heeft bepaald, en nog steeds bepaalt? Waren er struikelblokken, moeilijke periodes? wat zijn voor jullie ankerpunten, significante terugblikken? Zoals Jambers zou zeggen: “Wat drijft jullie”?

Joop: Het leiding geven aan, maar in niet mindere mate het loutere lidmaatschap bij het Chapter, heb ik steeds als een voorrecht ervaren. Het is telkenmale verfrissend om steeds nieuwe mensen te leren kennen vanuit een gemeenschappelijke interesse -het Harley rijden- en waarbij sociale of beroepsmatige status gewoon van geen belang is.

Mijn mooiste herinneringen gaan naar de vele (halve)dagritten, zijnde  de “corner value” van het Chapter wegens de bindende en motiverende factor er van, die tot een uitgroei van 140 leden heeft geleid op een bepaald moment. Maar niet minder naar de grotere en internationale ritten; ik denk hierbij aan het Zwarte Woud, Schotland, Noorwegen, Engeland, Frankrijk, Nederland, Ardennen, Luxemburg; belevenissen voor het leven! Ziedaar: “de som en het geheel…” Hoe aangenaam het ook is om andere clubs te leren kennen, voor mij primeren toch altijd onze eigen evenementen hoor.

Hoewel het Directorship over het Chapter mij steeds heeft bevallen, en dit tot op het laatste moment, wilde ik eigenlijk reeds sinds 2018 de fakkel in goed vertrouwen doorgeven, maar… aan wie? Dergelijke taak is niet voor iedereen weggelegd, al is het reeds om de arbeidsintensiteit ervan. Nu, het betreft een leidende functie, wat impliceert dat je niet alles zelf hoeft te doen, en dat scheelt toch wel wat.

Het is trouwens net de liefde voor het Chapter die mij er destijds toe gebracht heeft het Directorschip te aanvaarden: iémand moest immers de aftredende Director opvolgen. Ik had echt geen nood aan een nieuwe en best zware uitdaging naast degene die mijn werk mij dagelijks bood. Maar goed: als’ t brandt moet er geblust worden…

Mijn vrouw heeft trouwens meermaals gezegd dat ik enkel met Harley bezig was als ik thuis was (“klinkt bekend”, voegt Francis met een schaapachtig lachje toe). Toch kreeg ik van haar die vrijheid. Mooi toch?

Editor: En in jouw geval Francis, rijdt jouw vrouw ook actief mee binnen het Chapter: een voordeel?

Francis: Jah, dat scheelt veel uiteraard. Zonder betrokkenheid van harentwege, zou er mogelijk zelfs geen “Go!” voor het Directorship geweest zijn. Ik ben immers zo al veel beroepsmatig bezig, ook buiten de uren, ach… eigenlijk stond ook ik aanvankelijk “niet te springen” voor dergelijke opdracht. Maar goed, ondertussen worden mijn dochters al wat zelfstandiger, zo kan Annelies ook regelmatig meerijden met het Chapter, dus dat heeft één en ander gefaciliteerd. Ook het gegeven dat Joop heeft aangehaald: dat je met een leidinggevende functie niet alles zélf moet doen heeft me geholpen het Directorship te aanvaarden. Een Director moet er echter wél voor zorgen dat de machine blijft draaien (een knikkende Joop), en dat op zich is al een hele klus, waarvoor ik Joop enkel kan respecteren om dergelijke taak zolang onverminderd vol te houden.

Een afscheid, een begin

Editor: Joop, hoe ervaar je het doorgeven van de fakkel na een decade van betrokken leiding geven aan het Chapter?

Joop: Ach, Francis en ik zijn er samen naartoe gegroeid. Ook heb ik wat te kampen met medische problemen. Zélf kan ik niet meer zo stevig aan de slag zoals vroeger, wat de kwaliteit van het Directorschip zou kunnen hypothekeren. Het is dus mooi dat Francis en ik elkaar de afgelopen jaren dermate hebben leren kennen dat deze transitie in vertrouwen kan geschieden.

Francis: Komt er ook bij dat je als Director zoveel als mogelijk bij alle evenementen en ritten wil aanwezig zijn, en dat vergt inzet en een goeie conditie, dus daar kan ik Joop zeker in zijn redenering volgen. Dat aanwezig zijn lukt niet altijd, maar toch ben je er altijd mee bezig, en dat is niet onaangenaam, maar het weegt toch….

Joop: Nou, het gaat er ook niet om dat de Director er steeds moét bij zijn, het is gewoon de goesting om er zoveel als mogelijk bij te zijn

Francis: Klopt, en je wordt ook telkens betrokken. Bijvoorbeeld nog maar bij de organisatie ritten, tal van vragen worden je gesteld over alle facetten van het Chapter. Ach… die ritten, evenementen, en ook leden worden zowat je kindjes bij manier van spreken.

Editor: Francis -“Cisse”-, naar analogie met vorige vraag aan Joop: je wordt nu geconfronteerd met tal van nieuwe taken. Hoe weegt dat op jou? Ogenschijnlijk gaat dat vlot?

Francis: Ogenschijnlijk wél ja (haalt de schouders op). Weet je, Joop en ik gaan heel wat jaren terug, hebben vele en woelige waters doorzwommen. We hielpen elkaar meermaals, ik had dus al een inzicht in de dingen. Een verrassing was het nieuwe takenpakket dus niet, maar een sinecure is het zeker ook niet. Het is ook in wintertijd dat ik nieuwe contacten leg en zaken organiseer, om die in het rijseizoen te exploiteren. Maar ik voer die functie met plezier uit: ik heb immers toch geen zittend gat! En bovenal: ik heb een goed team rond me. Een team van Primary Officers, Additional Officers & geëngageerde leden. Een ideale mix trouwens van ervaren en nieuwe mensen.

Editor: Zijn er in de loop van jullie carrière zaken geweest die jullie liever anders hadden gezien, zaken die anders hadden kunnen lopen?

Joop: wel, je werkt met mensen, mensen met een eigen karakter en “manier van doen”.  Het is door de wijze, de filter, waarop we mensen toelaten dat er -behoudens uitzonderingen- weinig of geen incidenten zijn.

De GCB-patch wordt ook niet zomaar verleend, dat gebeurt na een periode van evaluatie. Er bestaat dus een zeker profiel dat binnen het Chapter thuishoort, maar ook profielen die er gewoon niét in thuishoren. Ja, dat kan al eens leiden tot een weigering of ontslag. Maar nog zijn er verrassingen ondanks dergelijke evaluatie. Maar ook daar hebben we van geleerd. Francis en ik hebben ons daar sterk in geëngageerd.

Francis: Wat belangrijk is, is dat dat de beslissing om iemand het lidmaatschap te ontzeggen door de beleidsverantwoordelijken (niet enkel wijzelf en dealer) in consensus en unaniem gebeurt.

Joop: Het is voor Francis en mij van het grootste belang dat we kunnen behouden wat de doelstelling van het Chapter is: belangeloze -en daar kan al eens bij mensen het schoentje wringen- motorbeleving in een positief en dynamisch kader. Toevallig nu hebben we een mooie en verstandige groep bij elkaar, kwaliteit primeert boven kwantiteit nietwaar.

Editor: Hoe zouden jullie ons Chapter situeren binnen de HOG®-gemeenschap?

Francis: Wel, ik ken vooral de BeNeLux-Chapters, en na de vele contacten die ik reeds heb gehad, blijken de problemen en oplossingen zowat bij allen gelijkaardig.

Joop: het is vooral de HOG®-dimensie die hier speelt, die maakt dat alles in een gelijkaardig en evenwichtig stramien verloopt onder gezonde waarden en normen.

Het feit dat er lidmaatschap betaald dient te worden aan HOG® als je van een Chapter deel wil uitmaken, is eigenlijk een investering tot het bekomen van een gezonde clubgeest.

Francis: Voilà, het is de HOG® die de machine symboliseert, die het mogelijk maakt -wereldwijd- mensen leren te kennen in het unieke Harley-Davidson®-universum, en die van een HOG®-Chapter niet zomaar de zoveelste particuliere vriendenclub maken.

Editor: Tot slot valt het mij als lid van GCB op dat jullie beiden als Director weinig directief zijn. Dat, als jullie wat willen, dat niet “bevelen”, maar daarover in dialoog gaan. Wat -uiteraard- zeer gewaardeerd wordt. Hoe spelen jullie zulks klaar?

Joop: wel, we zijn een vzw, een onderneming eigenlijk. De werking daarvan berust op een financieel/juridisch aspect, en een intermenselijk aspect.

Francis: Het financieel/juridisch aspect moet gewoon correct zijn, en daar zal ik al eens directief zijn (hakt met de zijkant van de hand op tafel). Wat het intermenselijk aspect betreft is het interessanter om mensen positief te bewegen, hen aan te sturen zichzelf te ontdekken, en op die manier ook nieuwe mensen aan te trekken.

Een mooie boutade: “It is amazing what you can accomplish if you don’t care who gets the credit”. Na mijn eerste jaar als Director heb ik met die werkwijze een zeer positieve ervaring, en ik onderschrijf Joop als hij zegt dat we momenteel met een prima groep zitten, waarbij allen actief deelnemen, hetzij als regelmatig rijder, hetzij in een andere functie. Dat geeft mij de zin en de moed er verder volle bak voor te blijven gaan.

Editor: een mooi slot voor deze gedachtenwisseling. We zien elkaar nog “in den bocht”!

Edited by John De Moor

Historian/Editor GCB